augustus 1, 2016

Psychotherapie

Psychotherapie is de verzamelnaam van alle therapieën die erop zijn gericht om d.m.v. een ‘nadenkend gesprek’ en eventueel ‘nadenkend schrijven en eventueel oefeningen, de cliënt te helpen zich anders te voelen en zich anders te gedragen.

Wie psychotherapie volgt, is geen ‘patiënt’ maar een ‘cliënt’.  Men moet dus niet noodzakelijk ziek of gestoord zijn.  Door een psychotherapie te doen, leert men meer over zichzelf, over zijn of haar gedachten en emoties, over eigen gedrag en eigen communicatiepatronen, over de eigen omgang met anderen etc.  In psychotherapie leert men een en ander, desgewenst, ook veranderen

De woorden ‘psychotherapie volgen’ zijn dus niet eens juist: het is de cliënt die de eigen psychotherapie doet.  Daarom staat hierboven ‘door een psychotherapie te doen’.

Binnen de psychotherapie zijn er vele soorten werkvormen.  Ze zijn ofwel gericht op de persoon van de cliënt zoals in de psychoanalyse, of ze zijn gericht op het gedrag van de cliënt zoals in de gedragstherapie of ze zijn gericht op zijn relaties in en met de verschillende systemen waarvan de cliënt deel uitmaakt zoals in de systeemtherapie.  Andere vormen van psychotherapie nemen de emoties en de lichaamsgewaarwordingen van de cliënt als uitgangspunt en vinden daarin bronnen van belangrijke informatie.  Ze worden experiëntiële psychotherapieën genoemd.  Psychotherapie kan ook het onbewuste van de cliënt als onderwerp hebben.  Dat gebeurt in een hypnotherapie.

M.i. is het aangewezen om in psychotherapie meerdere technieken uit de verschillende werkvormen te combineren om de cliënt zo snel mogelijk en zo goed mogelijk te helpen.

Het belangrijkste element, hetgeen het meeste werkzaam blijkt te zijn, is de relatie tussen de psychotherapeut en de cliënt.  Dat is wat de volksmond bedoelt met: ‘het moet klikken’.  De relatie in een psychotherapie moet een werkrelatie zijn en blijven d.w.z. een relatie van maximale aandacht en werk maar in een zo beperkt mogelijke tijd.  Omwille van het eerste is psychotherapie voor de cliënt maar ook voor de psychotherapeut echt wel vermoeiend.



april 22, 2016

Therapie

therapie

Therapie of psychotherapie is een doe-het-zelf zaak.

Dat klinkt misschien eigenaardig maar het is de persoon zelf die besluit om aan zichzelf (aan zijn gedachten, aan zijn gemoed, aan zijn impulsen, aan zijn gedrag, bijvoorbeeld aan zijn verslavingen…) en/of aan zijn relatie tot de omwereld (bijvoorbeeld ouders, broers en zussen, partner, kinderen, buren, werk, genotsmiddelen, voeding… ) te werken om daarin enige verandering te brengen.

‘In therapie zijn’ is dus niet ‘therapie volgen’ maar is ‘therapie doen’.

Het is hard werk en in de meeste gevallen ook een vrij lang werk. Als dat niet zo was, dan had de persoon zijn verandering allang zelf en alleen gerealiseerd.

Hoe dikwijls hoort een ervaren therapeut niet van de persoon die in therapie komt (in therapiekringen wordt die ‘de cliënt’ genoemd en niet ‘de patiënt’ wat een belangrijk verschil is): “Ik wil het wel anders maar ik kan er niets aan doen”. Therapie begint dan met het veranderen van deze zin in: “Ik kon er tot nu toe niets aan doen maar leer mij, wijs mij de weg hoe ik er wel iets kan aan doen.”

Inderdaad, van een therapeut mag worden verwacht dat hij of zij de weg weet waarlangs de persoon moet gaan om tot de gewenste verandering te komen. Soms is dat een weg die voor de persoon zelf onwaarschijnlijk lijkt, een weg waarvan hij het nut niet meteen ziet. Maar men moet bedenken dat als de therapeut alleen maar de weg zou willen volgen die de cliënt zelf wil volgen of al zonder succes heeft gevolgd, er weinig verandering te verwachten valt.

Toch kan het zijn dat de therapeut wel de weg volgt die de cliënt eerder al volgde, alleen of bij een andere therapeut. Het verschil kan dan zijn: bijkomende uitleg, bijkomende motivatie, meer aanmoediging, langer volhouden etc.

De therapeut is geen tovenaar maar een trainer, een wegwijzer, voor even een metgezel in het leven, die zoekt, inderdaad steeds of zoveel mogelijk in samenspraak met de cliënt, naar wat er van de ideale en de kortste weg voor die cliënt haalbaar is. De therapeut kan de cliënt aanmoedigen om die weg te gaan maar die cliënt moet altijd wel zelf de moeilijke berg beklimmen waarnaar de wegwijzer wijst.




© Dr. J.G. Carlier - Privacyverklaring - Webontwikkeling door COPIXA